Ouderschapsbemiddeling (1)

Ouderschapsbemiddeling (1)

Ik volgde een bijkomende opleiding ouderschapsbemiddeling. Vaak gaan familiale bemiddelingen over het zoeken naar een regeling voor de kinderen. Omdat kinderen voor de meeste mensen het dierbaarste zijn dat ze hebben, wordt er vaak hard voor gestreden. Vandaar een extra opleiding met de focus op het ouderschap. Deze week deel 1.

Opgelet voor maatschappelijke denkbeelden

Mensen proberen zich veelal te gedragen volgens wat de maatschappij van hen verwacht. Dit kan ertoe leiden dat men vasthoudt aan bepaalde standpunten maar onderliggend de zaken anders worden aangevoeld of anders kunnen worden ingevuld.

Neem bijvoorbeeld de week/week verblijfsregeling. Omdat dit enige jaren terug in onze wet werd ingeschreven als de regeling die ‘bij voorrang’ door de rechter moet worden onderzocht, hebben papa’s vaak het gevoel dat ze een gelijk verdeeld verblijf van de kinderen horen te vragen om een goede papa te zijn. Omdat het anders lijkt alsof de kinderen hun niet interesseren.

Een ander voorbeeld is het idee dat alle ouders moeten ‘leren communiceren’ of moeten ‘leren samenwerken’. Dat gaat nu eenmaal echt niet altijd. En als het niet gaat, dan is het zoeken naar andere oplossingen. Soms is het beter om als het ware een muurtje tussen jou en de andere ouder de bouwen in plaats van voortdurend strijd te leveren. Ook voor de kinderen. Ouders hebben het daar vaak moeilijk mee. We leven nu eenmaal in een tijd waarin velen ervan uitgaan dat alles maakbaar en regelbaar is. Maar het leven is niet alleen ‘leukigheid’, om het met de woorden van psychiater Prof. Dirk De Wachter te zeggen.

Andere mythes zijn het idee dat er altijd voor alle kinderen binnen het gezin een zelfde regeling moet worden uitgewerkt, of nog dat het kerngezin de enige echt goede omgeving is voor een kind om op te groeien. Al is iedereen daar in de praktijk daar niet van overtuigd, ook rechters niet.

De bemiddelaar bevraagt en zoekt

Waarin kan een bemiddelaar het verschil maken? Wat is het verschil tussen een gesprek (of ruzie) aan de keukentafel en een sessie bij de bemiddelaar?

Het klinkt vreemd, maar de bemiddelaar probeert om niet mee te gaan in de inhoud van het verhaal. Hierbij moet wel een onderscheid worden gemaakt. Er zijn mensen die naar de bemiddelaar stappen om geholpen te worden bij de opmaak van hun echtscheidingsovereenkomst, omdat ze zelf niet goed weten hoe daaraan te beginnen.

In andere gevallen zitten de conflicten veel dieper en moeten gekwetste gevoelens en zelfbeelden die in de weg zitten om tot een akkoord te komen eerst worden aangepakt. Daar moet de bemiddelaar dan mee aan de slag. Maar makkelijk is dat niet. Anders hadden die ouders het natuurlijk al lang zelf geregeld.

Bemiddeling werkt niet met het vingertje. Ouders die de stempel ‘vechtscheiders’ krijgen en een preek aanhoren dat dit niet in het belang is van hun kinderen, zijn daar veelal niets mee. Er zijn verschillende visies en stromingen over de aanpak van bemiddeling, maar persoonlijk meen ik ook dat we moeten uitgaan van de goede bedoelingen die élke ouder heeft. Elke ouder is expert in zijn of haar specifieke manier om ouderschap in te vullen. We kunnen meer kunnen bereiken door onze medemens op een milde, positieve manier te benaderen. En dat geldt uiteraard niet alleen voor bemiddelaars.

Zelfbeeld

Erkenning is één van de fundamentele drijfveren van de mens. Vaak voelen ouders en ex-partners zich fundamenteel op hun zelfbeeld als partner, als mama of papa getrapt. Bemiddeling verschilt essentieel van therapie in haar doelstelling. Bij therapie is het doel het lijden verlichten, bij bemiddeling is dat het bekomen van een overeenkomst waar elke partij zich kan in vinden. Maar als in een bemiddeling dat getrapte zelfbeeld in de weg blijft zitten, dan is het nodig om daar iets mee te doen om tot een akkoord te kunnen komen. Het is zoeken van waaruit iemand een vooringenomen standpunt inneemt.

Dat begrijpen is vaak al een eerste stap in de goede richting. Vaak gaat de discussie eigenlijk niet zozeer over de inhoud (bijvoorbeeld ‘ik wil niet meebetalen in de kosten van de kapper’), maar wel over wat daaronder schuil gaat (‘ik wil als vader ook eens met mijn dochter naar de kapper’). In vakjargon noemen we dit de pseudo-inhoudelijke conflicten. Beide ouders voelen zich dan door de ander niet begrepen, niet gezien en onrechtvaardig behandeld. Vaak ook spelen oude kwetsuren, soms al van in de kindertijd, hierin een rol.

 

Heb je tips voor een volgende blog? Heb je vragen na het lezen van dit bericht? Laat het weten!

Neem contact op via deze link of www.vanhoecke-advocaat.be/contact.

Eveline Van Hoecke – Familierecht advocaat & erkend bemiddelaar in familiale zaken
Schouwburgplaats 1 – 9990 Maldegem
T 050 71 09 32 – F 050 71 09 33 – BTW BE 0852 108 475
vanhoecke-advocaat.be

2019-03-23T10:51:05+00:00 23 maart 2019|Bemiddeling, Echtscheiding, Familierecht, Kinderen, Nieuws, Psychologie|